|
Reportage: 
De ultieme onthaasting dobbert als een
wijnkurk op het water.
Althans in de Franse Bourgogne waar wij in 5 dagen 20 sluizen
passeerden op het kanaal van Digoin naar Roanne.
Waar in Nederland de bootjes nerveus opstomen op maar vooral geen tijd
te hoeven verliezen voor de sluis kun je hier beter de stressknop
omzetten.
De sluiswachters eten van twaalf tot een. De overige uren zijn ze
graag bereid u meteen te schutten maar het hóeft niet. Soms fietsen ze
langs en vragen of je er verderop door moet.
Maar gewoon een paar pennen in de grazige oever slaan en een dagje
lummelend luisteren naar het wuivende gebladerte is ook vakantie.
De zon schijnt uitbundig als we inschepen op de Tarpon 42 aan de basis
te Digoin.
Wij wilden graag zelf eens varen op een van de “zonder
vaarbewijs”boten.
En zo komt het dat we gedrieën, inclusief scheepshond Ella en een paar
mountainbikes op een dinsdag in juli wegvaren op een boot, geschikt
voor maximaal 12 personen. De kleinere boten zijn allemaal verhuurd.
Vooraf hebben wij een Boordboek ontvangen met instructies over het
varen.
Aan boord is alles aanwezig: van een compleet bad-, bed- en
linnenuitzet en keukengerei tot een dikke map met kaarten en
informatie.
Dertien meter lang, 4 m 20 breed, 5 hutten, 2 douches, 2 toiletten,
een luxe keuken, twee stuurposities en een ruim dek om te zonnen en te
zitten….
Gelukkig is er de boegschroef om mij door enge engtes te loodsen
waarvan ik dankbaar gebruik maak.
Een medewerker van de vertrekbasis maakt een proefrondje van een
kwartier met ons en legt de bediening uit.
Minstens 3 seconden wachten in z’n vrij tussen voor- en achteruitvaren
om de keerkoppeling te sparen en ‘doucement’ manoeuvreren, want haast
is een lelijk woord hier.
Het anker uitgooien is taboe en niet nodig want er zijn twee ijzeren
pennen en een hamer aan boord en bomen genoeg.
De trossen vóór en achter klaarleggen en “brug”roepen als men moet
bukken.
Na een half uurtje wordt mijn stuurmansdoop het op eigen kracht over
een Pont Canal (aquaduct) varen.
Wij hebben besloten het Kanaal van Digoin naar Roanne te bevaren omdat
deze “het rustige kanaal”wordt genoemd, 55 kilometer lang, 10 sluizen
en 12 vaaruren als je alleen de heenweg rekent.
Er zijn drie van zulke ponts canal, ofwel bruggen met een kanaal erin,
in de Bourgogne.
Bij Digoin is dat een aquaduct in een hoge boogbrug uit 1838 over de
rivier de Loire.
Water hoog over water dus en als je rechtop boven op de boot aan het
roer staat is het uitzicht adembenemend.
Een van de opvarenden wil nog wat Hollands stoom afblazen en besloot
met zijn mountainbike een kilometer of dertig over het jaagpad te
fietsen. Hij is wel twee mensen tegengekomen…
De eerste sluis “les Bretons” kun je nauwelijks binnenvaren. Dat denk
je tenminste maar je hebt toch meer dan een halve meter aan
weerskanten over bij de in- en uitgang.
En gelukkig zijn er de stootkussens en de langslopende rubberen randen
van de boot.
Voor en achter een tros om een bolder laten vierend –vooral nergens
aan vastmaken!- klimmen wij in de 6 meter hoge sluis omhoog.
Trots als een admiraal op z’n vlaggenschip stuur ik de boot langzaam
de sluis uit, nogmaals, met behulp van de in dit stadium nog onmisbare
boegschroef.
Techniek: niet vergelijkbaar met het met gillende banden wegtrekken
bij een stoplicht.
Het landschap is vriendelijk: onwaarschijnlijk groen en vriendelijk
glooiend tot aan de horizon onder een diepblauwe hemel waarin statige
wolken hangen.
Elke sluis die wij tegenkomen wordt bemand door een vriendelijke
sluiswachteres of –wachter die in alle rust en daarbij vaak geholpen
door een opvarende de oude deuren dicht- en opendraait. Het schutten
is gratis maar een “petit pourboire”(fooitje) of sigaartje is
natuurlijk welkom.
Geen gedrang in of voor de sluis en dat half juli…..
De starende witte Charolais-koeien maken plaats voor een groene tunnel
van bomen en oevergewas.
En steeds is er weer een glinsterende bocht in de lager gelegen Loire
die je tussen de bomen door kunt zien.
Waar moet je nog meer op letten als je een boot huurt?
Er bevinden zich tenminste twee accu’s aan boord met een diodenbrug
ertussen die er voor zorgt dat de startaccu niet wordt leeggetrokken.
De accu’s worden door de motor of door stroom van de wal opgeladen.
In de plaats Briennon besluiten wij een dagje te blijven.
Wij bezoeken het kanaalboten museum, het 12e eeuwse kasteel
van Montrenard, de 12e- eeuwse abdij “La Bénissons Dieu en
een zestigerjaren “Bar des Sports”waar we een gezellig biertje drinken
temidden van speciaal voor “les hollandais” langzaam articulerende
autochtonen in een formica en Tl-buizen interieur.
Soms eten wij aan boord: er zijn een oven, een grote
ijskast/vriescombinatie en een vierpits gasstel.
Ik kook vegetarische spaghetti, bak Charolais biefstukken en zelf in
de Loire gevangen gestoofde katvis: het wordt allemaal tot bordlikkens
toe verorberd en naar binnengespoeld met eenvoudige Bourgognes en
mineraalwater.
Favoriet is echter het eten aan de wal: in en rond Briennon en Roanne
imiteren wij de spreekwoordelijke Bourgondische trek.
Roanne, 50.000 inwoners, is ruim twee duizend jaar oud en je kunt er
heerlijk rondkijken en fietsen.
Er is een grote jachthaven waar het ook goed overwinteren is.
Wij kunnen gratis water innemen en er zijn douches en toiletten voor
degenen die dit niet aan boord hebben.
Het einde van de week zijn we weer tot in Digoin afgezakt, gebruind,
weldoorvoed en een kanaalvaartervaring rijker.
Het met de achtersteven aanmeren kost mij wel drie keer insteken maar
dan ligt de boot ook keurig op z’n plaats.
Samen met een medewerker van de basis nemen we de inventaris door en
worden de vaaruren afgerekend.
Wij vinden de auto onbeschadigd terug op de parkeerplaats en beginnen
aan de terugreis door dit land van koeien en wijn…..nog 900 kilometer
tot de overvolle Randstad.

 |